All important things in life can’t be taught. But they can be learned.
Binnen één project samenwerkende partijen begrijpen elkaars werkwijze niet of conformeren aan één suboptimaal poldercompromis. Een methodiek krijgt, impliciet of expliciet, zijn plek binnen het totale kwaliteitssysteem van de organisatie. Iedere organisatie ontwikkelt zo haar eigen projectvolwassenheid. Samenwerkend binnen één project kunnen ze hun respectievelijke projectprestaties het best garanderen als ze hun respectievelijke methodieken hanteren. Tussen 2007 en 2012 wordt de ISO 21500 ontwikkeld, met een actieve bijdrage van de Nederlandse normcommissie. ISO 21500 is een ‘overarching’ standaard: het vervangt niet de bestaande methodieken, maar verbindt deze en toekomstige vanuit één begrippenkader voor projectmanagement. Dit voorkomt suboptimaal gepolder, en vereenvoudigt het maken van afspraken binnen internationale projecten waar taalverschillen een extra dimensie vormen.